www.nandaportaal.nl

 

Fladdertje krijgt klompjes 

Fladdertje is een blije baby, ze vindt alles om zich heen heel interessant. Er is veel te zien, haar vriendjes, de elfjes en de natuurwezentjes zijn altijd om haar heen. Maar op een dag besluit ze om met de elfjes mee te gaan. Fladdertje vliegt als een lichtje uit het raam, en o, wat is dat fijn. Ze voelt zich heel licht worden en alles om haar heen heeft een mooie kleur en leeft.

Zo gaan er jaren voorbij, Fladdertje is nog steeds erg jong want, weet je, als je kunt vliegen als een elfje, word je gewoon niet ouder, je blijft altijd jong. Als elfje heb je geen zorgen, je leeft in een andere wereld waar de tijd stilstaat.

Af en toe gaat ze nog wel eens naar de mensen toe, gewoon om te kijken hoe het daar is. En daar ziet ze dat alle kleine kinderen van die hele mooie rode klompjes hebben. Wauw, die zou ze ook wel willen hebben.

Fladdertje gaat naar zo’n kindje toe om haar te vragen waar ze die mooie rode klompjes vandaan heeft. Nou zegt het kindje, die heb ik gekregen toen ik begon te lopen. Je doet ze aan je voetjes en dan merk je dat je veel steviger op de grond staat. Daarna begin je steeds harder te groeien en alle dingen om je heen veranderen, alles wordt kleiner.

Nu moet je weten, dat Fladdertje sinds ze kan vliegen, nooit meer op de grond heeft gestaan. De grond voelt zo zwaar aan, dan kost het je zo veel moeite om weer op te stijgen om te gaan vliegen. Fladdertje zit vaak op de bloemblaadjes, in  holle bomen, op de takjes of ze ligt lekker warm tussen de vleugels van een vogel. En dat bevalt haar prima.

Nou, misschien moet ik eens met de mensenkinderen mee gaan dacht Fladdertje. Dan ga ik op hun schouder zitten en babbelen we wat. In het begin vindt iedereen het leuk dat Fladdertje er is. Ze maken pret en spelen wat af. Fladdertje valt op door het licht dat ze uitstraalt, het is net een mini lantaarn. ’s Nachts vinden de kinderen het goed dat ze bij hun op het kussen ligt, dan is het niet zo eng donker. Maar na een tijdje worden de kinderen groter en willen niet meer met Fladdertje spelen. Dan roepen ze: Ga weg Fladdertje we willen slapen!! We hebben geen zin meer om te spelen, toe ga weg! En Fladdertje gaat weer weg, na dit een paar maal te hebben meegemaakt, denkt ze: Misschien moet ik ook eens van die mooie rode klompjes aantrekken, eens kijken wat er dan gebeurt. Misschien mag ik dan meedoen met al die andere kinderen en vinden ze me weer aardig. 

En op een nacht zag ze ergens een raam openstaan. Ze vloog naar binnen en weet je wat ze zag? Een leeg bedje met mooie rode klompjes eronder. Nu was Fladdertje best een beetje moe geworden van al het spelen en ze dacht: Het kan vast geen kwaad als ik in dat bedje ga liggen en wat ga slapen. ’s Ochtends toen ze wakker werd, keek ze in het rond. Hé, dat lijkt wel een bekende kamer….zou ik hier misschien ooit gewoond hebben? Is dit mijn oude kamertje, het lijkt er wel op. En voor het eerst klom ze uit haar bedje met haar voetjes op de grond. Nou dat voelde best raar aan, wel heel zwaar, maar niet onaangenaam. En ook nog van die mooie rode klompjes onder het bed. Die moest ze maar eens proberen. Eerst één voetje en toen het andere voetje erin. En floep, ze zaten haar als gegoten. Ze merkte wel dat ze met deze klompjes aan niet kon vliegen, maar ja vliegen snapte ze nu wel, lopen met haar voetjes op de grond, dat had ze nog nooit gedaan. Stapje voor stapje ging ze vooruit. Boem, boem, stamp, stamp, zo ging het in het kamertje. De bewoners van het huis hoorden gestommel en gingen eens kijken. Heel langzaam ging de deur open, eerst kwam papa naar binnen en daarna kwam mama kijken…en o, wat waren ze blij! Hun kindje was terug gekomen! En dat na al die jaren! Dat werd toch een groot feest! Inmiddels hadden papa en mama nog een kindje gekregen, een zusje voor Fladdertje, nu hoe hoefde ze nooit meer alleen te zijn. 

Voor Fladdertje was het wel even wennen, al die mensen zo blij waren om haar te zien. En dan die rode klompjes, ’s avonds als ze ging slapen, stonden ze netjes onder haar bedje. En iedere dag dat Fladdertje die klompjes aan had, werd ze groter en groter. Op sommige dagen miste ze het vliegen nog wel eens. Wanneer het mooi weer was ging ze stilletjes bij het open raam zitten en droomde ze dat ze weer kon vliegen. Eén maal per jaar was er een dag dat alle mensenkinderen weer even klein mochten zijn en als je dan haar kamertje inkwam stond het raam wijd open en stonden de rode klompjes netjes naast elkaar onder het lege bed….

 

Nanda, 28 oktober 2008